Feeds:
Berichten
Reacties

Ik weet het. Het is een beetje stil geworden op dit blog de laatste tijd. Het bloggen is niet alleen een zoektocht naar inhoud, maar ook naar vorm en motivatie. Wat past bij mij en waar heb ik tijd voor?

Komende twee maanden stop ik even helemaal. Een korte onderbreking. Medio april hoop ik mijn visie wat meer concreet te hebben.

Bloggen kan op veel manieren. Ik voel er vooralsnog zeker wel iets voor om door te gaan op het thema van ‘esoterisch geloven’ en aanverwante dwaalleringen op het (pseudo-)christelijk erf. Nadeel is dat die materie behoorlijk taai kan zijn en bij tijd en wijle onverwacht vermoeiend om je mee bezig te houden.

Andere onderwerpen die mij interesseren, zoals apologetische thema’s en studies in de evangeliën -waar mijn geschiedenisstudie wellicht een rol bij zou kunnen spelen- kosten veel voorbereidingstijd. En tijd is naast een drukke baan, met veel reistijd bovendien, een kostbaar iets.

Om kort te gaan, ik ben er nog lang niet over uit wat ik nu verder wil en kan gaan doen op bloggebied, en wat ik aankan. Het schrijven vind ik bijzonder leuk en je leert er zelf ook altijd weer veel van; that’s for sure.

Er wordt door veel christenen enorm veel geschreven op internet. Van mijn kant zijn daar gelukkig meerdere ‘ontmoetingen’ uit voortgekomen. Gelukkig zeg ik, maar toch te weinig en soms ook enigszins verwarrend. Ik kan niet met overtuiging zeggen dat dit blijvend de weg is voor mij. Zo, en nu is het mooi genoeg geweest met mijn persoonlijke ontboezemingen.

‘Salut, for now’ en wordt vervolgd.

Who is the real Jesus?
Do recently discovered ancient manuscripts reveal a different Jesus? Or… does the evidence reveal that the Jesus of the New Testament is the real Jesus? Scholars examine the facts:

Who was—or is Jesus Christ? Christians worship him as God. But the President of American Atheists, Ellen Johnson, claims Jesus didn’t exist. Others say Jesus was an imposter. The Da Vinci Code postulates Jesus was as a great man whose deity was invented by the 4th century Church.

Y-Jesus (see website and magazine) examines the questions that are being asked by both skeptics and believers: Does the latest evidence refute or affirm the picture of Jesus Christ given to us in the New Testament? And is there any evidence for the claim that he rose from the dead?

The Jesus You Can’t Ignore
Posted by Tim Challies
In News & Notes
Tagged macarthur May 28, 2009 @ 3:27 PM

It has been a little while since we’ve seen a new (and original) book from John MacArthur. There has been a recent volume edited by him and some reprints of his older material, but it has been some time since we’ve seen a major, new work. The wait ends in July of this year with the release of The Jesus You Can’t Ignore: What You Must Learn from the Bold Confrontations of Christ.

Here is the publisher’s description:

Meek and mild. Politically correct. A great teacher. These are the popular depictions of Jesus. But they aren’t the complete picture. Maybe because it’s uncomfortable, or maybe because it’s inconvenient, Christians and non-Christians alike are overlooking the fierceness of the Savior, His passionate mission to make the Gospel clear and bring people into the Kingdom of God. A mission that required he sometimes raise his voice and sometimes raise a whip.

In the much-needed message in The Jesus You Can’t Ignore, renowned Bible teacher and best-selling author John MacArthur reintroduces the compelling and often unsettling passion of Jesus’ ministry. MacArthur points to the picture of the real Jesus the world is so eager to gloss over. And he calls readers to emulate Jesus’ commitment to further the kingdom by confronting lies and protecting the truth of God.

Wilt u meer lezen over wat de evengeliën ons laten zien over de goddelijke identiteit van Jezus, dan verwijs ik u graag naar mijn Nederlandstalige blog over dit belangwekkende onderwerp. Klik hier!

Veel beelden, gedachten en vragen. De ‘betere’ bloggers gingen mij voor. Wat wil ik schrijven? Waarom zou ik hier überhaupt iets over willen schrijven? Ik zeg deze keer maar helemaal niets. Misschien wel beter zo.

Een dag of wat later
Ik las gister in ‘De Spits’ een kort, doch interessant artikeltje over de geschiedenis van Haïti. Onthutsend te lezen dat dit land niet alleen zo arm is vanwege het vreselijke wanbestuur (lees: dictatuur) van de Duvaliers (Papa Doc en zoonlief), maar zeker ook door de historisch zware renteverplichtingen als gevolg van mega leningen van Westerse mogendheden.

Vandaag heb ik het meeste nieuws gemist, maar in principe volg ik de berichtgeving in de krant en op televisie met belangstelling. Ik leef mee, zal ik maar zeggen. Helaas is het niet veel meer dan dat. Een meer christelijke response zou zijn gebed. Maar lievehelp, waar te beginnen. Het is allemaal zo erg en overweldigend en ik ken daar niemand. O ja, Johan Smoorenburg uit een grijs verleden. Die heeft het overleefd heb ik begrepen, maar ik weet niet eens of hij daar zelf nog woont en werkt. Hij speelt mooi klarinet, of was het hobo? Een stoere zendingsman van het eerste uur. Prachtige kerel. Vanavond ga ik kort voor hem bidden. Wijsheid en kracht voor deze mega steunpilaar, ook uit een Westerse mogendheid…

Een week verder
De tijd verstrijkt en de nood neemt toe, ook al zijn de nieuwsuitzendingen bezig de boel uitvoerig in beeld te brengen, alsof de ramp daardoor te bezweren is. Immidddels heb ik Johan Smoorenburg op internet gevonden. Hier ziet u hem op YouTube. Ook heb ik van de week een filmpje gezien van de oude Pat Robertson. Hij wist iets te melden over een vloek over Haïti door een historisch pact van de toenmalige slaven met de duivel. En wel op 14 augustus 1791 las ik later in het ND. Collectief varkensbloed drinken lijkt mij inderdaad niet zo kosher. De slaven wilden kost wat kost hun vrijheid en waren daartoe bereid het op een accoordje te gooien met de duivel. Dat is natuurlijk altijd een domme zet.

Wat het allemaal te betekenen heeft? Ik weet het niet. Niets valt uit te sluiten, ‘when one dabbles with the occult’, zullen we maar zeggen. Probleem daarbij natuurlijk is, gaan we straks elke ramp of persoonlijke calamiteit in die ‘zegen en vloek’ categorie stoppen? ‘If so ‘, dan wordt het er allemaal niet makelijker op; ons theologiseren bedoel ik. Overigens zullen er veel mensen zalig worden door deze ramp, althans, volgens de aanhangers van ene Shane Claiborne. Waarom, zult u zeggen? Wel, er wordt dezer dagen namelijk heel veel water uitgedeeld aan de allerarmsten der aarde en dat nog wel door Amerikaanse militairen. Fantastisch. Het profetisch woord van Matteüs 25 wordt hiermee vervuld. Dat kan een leuk feestje worden. Straks in de hemel bedoel ik, want voorlopig is het nog even een hel op aarde…

Al meer dan tien dagen geleden
De ramp is inmiddels bijna twee weken oud; het is nu zondag 24 januari 2010. Gister op TV een flits van een discussie bij programma Nova opgevangen; de Haïtianen zouden passief zijn en zich afhankelijk opstellen van hulpverleners en ‘de regering’. Foei. Nooit geweten dat de regering überhaupt veel voor ze deed, anyway… Nee, dan ging het in Azië destijds, na de tsunami (redactie), stukken beter. We vergeten snel. Overigens lijkt mij dat houten huizen wat eenvoudiger te ‘ruimen’ zijn dan betonnen kolossen, maar goed. We maken een analyse van het gedrag van de slachtoffers. Het mag inmiddels. Zou die passieve attitude door het Katholicisme komen? Of toch ’shock’ misschien? In de seculiere media mag het woord Voodoo natuurlijk niet gebruikt worden. Waarom deze en dergelijke ongelukkige vergelijkingen?

Een ander aspect wat me opvalt is dat er enerzijds gezegd wordt dat het openbaar leven zich enigszins begint te herstellen: er wordt weer fruit verkocht op straat en er zouden zelfs weer bussen rijden. Anderzijds zijn er hele wijken die nog geen hulpverlener hebben gezien (“niemand heeft ons nog geholpen”) en wordt met klem de vrees uitgesproken van totale ontreddering en voor het uitbreken van besmettelijke ziektes. Op pleinen en op grasveldjes zitten duizenden ontheemden hutje mutje te wachten, te wachten en te wachten. De meer aktieven plunderen en vechten om eten en worden als beloning met stokken geslagen. De beeldvorming is blijkbaar erg afhankelijk van waar je kijkt en heel misschien ook een beetje door welke bril?!

Gewonden kunnen niet geholpen worden (zelfs morfine voor amputaties ontbreekt…) en andere zware gevallen gaan op transport naar ziekenhuizen in Frankrijk. Dat is heel nobel van de Fransen. Schrijnende nood en een begin van hulp wisselen elkaar af. Dood en hoop; de scheidslijn lijkt dun en het verschil daartussen niet groot. “Niet zozeer chaos bepaalt de sfeer”, zo zeggen hulpverleners, “maar angst”. Een gebrek aan toekomstperspectief en hoop. De 16.000 Amerikaanse soldaten moeten die hoop gaan herstellen, als waren zij boodschappers van het goede nieuws. Dat is niet cynisch bedoeld hoor, maar flink verwarrend is het allemaal wel. Hulde aan de vele hulpverleners, filmsterren en artiesten, de talloze gulle gevers en niet in het minst aan de 16.000 Amerikaanse soldaten: brengers van water en hoop.

1. Medeblogger Remmelt Meijer stelt kritische vragen. Klik hier.

2. Meesterblogger Paul Abspoel op Vrijspraak zet ons op koers. Klik hier.

3. Pastorblogger Martijn Rutgers helpt ons op weg. Klik hier.

Paul Abspoel deed een Twitteroproep iets te schrijven voor Kerst 2009 over het thema #weesnietbang. Daar doe ik graag aan mee. Het werd een gedicht.

A car, a crash, an accident
I wish it wasn’t true
You never guess my friend, it isn’t

A square to cross, to counter
Crowds of eyes, staring at me
Emptiness you know, all there is

Is it my past, or the future
Things in my make up, or lack of faith
Lord God, please tell me, what it is

A sure way down, to lose one’s grip
Trusting our senses, or we just don’t
In need of hope I am, aren’t we all

An answer my friend, maybe you know
Neglecting the audience within
Love casting it out, perfectly so

John Miller

Het is zeer de moeite waard een aantal bijdragen van diverse bloggers te lezen. Ik vermeld er een paar, zonder een compleet overzicht te willen geven.

img4747_coverVervolgartikel van: Wat is ‘esoterisch geloven’ eigenlijk?

Boele Ytsma in CV.Koers:
“Ook krijg ik reacties van mensen die afgewezen zijn in het verleden, omdat ze zich bijvoorbeeld met meer esoterisch christendom bezighielden, of omdat ze homoseksueel zijn. Zij hebben zo schrijnend het contrast gevoeld tussen de harde veroordeling enerzijds en de vrome woorden anderzijds.”

Uit: Interview met Boele P. Ytsma in CV.Koers 09/2009.
Ik wil twijfelaars een hart onder de riem steken‘.

Er zijn nogal wat bloggers die uitgebreid aandacht hebben besteed aan het boek Van de kaart, van Boele Ytsma. Tot nu toe heb ik slechts op enkele blogs een korte reactie geplaatst. Ook nu stip ik alleen kort een paar dingen aan.

Het verbaasde me dat er in het boek, zij het summier, iets te vinden was op het gebied van esoterisch geloven. Een tweede element dat mijn aandacht trok, wordt ook genoemd in het CV.Koers interview. Ytsma verwijst naar de opmerking van Klaas Hendrikse, dat wij God vaak achteraf zien, namelijk in ontmoetingen en in ontroering. God zegt tegen Mozes: ‘Niemand kan mijn aangezicht zien en leven, maar je mag me wel zien, maar in het voorbijgaan.’

“Je moet God aanwijzen in waar je Hem tegenkomt.” – “Kijk, Hij was daar. Als je op die manier openstaat voor de aanwezigheid van God, dan ben je wat mij betreft heel erg gelovig.”

De twee vragen die ik hieraan ontleen zijn misschien eenvoudig, maar een goede beantwoordig vereist wel enig denkwerk. Denkt u met mij mee?

    1. Is een reëel gevoelde ervaring met Christus per definitie een ervaring met de Bijbelse Jezus Christus, of anders gezegd, wat moeten wij met (de term) esoterisch christendom?

    2. Kunnen wij God op enigerlei wijze zien of ervaren en wanneer is een dergelijke (geloofs)ervaring een authentieke ervaring in lijn met (de) oude christelijke geloofstraditie(s)?

Goddelijke Vrijheid
Ik begin met de tweede vraag. Die vraag komt mede voort uit de recensie van Riemer Roukema van het boek Goddelijke Vrijheid van Hennie Kruize. Roukema verwijst ondermeer naar de mystieke traditie van de kerk, al bij de kerkvader Augustinus te vinden. En daar is nu ‘toevallig’ net een prachtig boekje over verschenen: Kunnen we God zien? Augustinus brief aan Paulina, van Thijs Rutten, uitgeverij Ten Have (2009). Ook al sta je kritisch tegenover kerk en theologie, dan hoeft dat niet automatisch te betekenen dat je daarmee helemaal moet afwijken van de christelijke geloofstraditie, zoals bijvoorbeeld Fennie Kruize nadrukkelijk doet. Als resultaat ziet Roukema een slecht gefundeerd boek.

Wat Kruize in het geheel niet duidelijk maakt, is waarom haar afwijzing van een starre, vreugdeloze orthodoxie zou moeten leiden tot haar westers-esoterische spiritualiteit. Er zijn ook theologieën die op een kritische wijze toch veel meer in de lijn staan van de oude christelijke geloofstraditie. Die hedendaagse vertolkingen zijn voor haar kennelijk geheel achter de horizon verdwenen. Het gevolg is dat zij een verbijsterend ongenuanceerd en slecht gefundeerd boekje heeft geschreven. Vermoedelijk toont deze kritiek voor Kruize aan dat ik een autoritaire professor ben, en dan nog van het mannelijk geslacht ook.

Wat kunnen we in redelijkheid verstaan onder een authentiek christelijke geloofstraditie? Daar zijn veel antwoorden op te geven, maar daarvoor verwijs ik graag naar een recente Tweet van theoloog John Piper. Op Twitter dus, kwam ik het volgende tegen: “Perhaps the most important paragraph I ever read outside the Bible in conceiving #ChristianHedonism.” In een paar treffende volzinnen legt Jonathan Edwards het verband tussen ‘God’s glory’ die wij als mens in ons verstand, maar óók in ons hart kunnen ervaren. “He that testifies his having an idea of God’s glory don’t glorify God so much as he that testifies also his approbation of it and his delight in it.” Een dubbele godservaring dus. De eerste vraag heb ik geprobeerd hiermee te beantwoorden. :-)

Van de kaart
Ik wil nu ingaan op de eerste vraag. Wie het pad van bijbels geloven verlaat, kan zich ongetwijfeld nog lange tijd thuisvoelen in de veilige bedding van kerk of gemeente. De vraag is of het afdwalen van de oude christelijke geloofstraditie (Roukema), zomaar tot een vorm van esoterisch christendom kan leiden. En wat heeft die variant, of een andere theologie, dan nog voor bijbelse geloofswaarde? Deze vraag is eerder, zij het in iets andere vorm, indringend aan de orde gekomen op de blog van Jos Douma. Zie daarvoor het laatse artikel in een reeks, met de titel: Omdat het mij raakt, in response op het boek Van de kaart, van Boele Ytsma.

Het klinkt sympathiek, te schrijven (pag. 176) dat ‘geloven veelkleuriger is dan ooit’, maar als Ytsma expliciet verwijst naar de eerste eeuw gekoppeld aan hetgeen hij met enthousiasme schrijft over New Age, oude gnostiek en esoterisch christendom, dan vind ik dat schokkend. Al op 15 november 2007 schreef Ytsma een uitgebreid blog over dit thema: De veelkleurigheid van de kerk, duidelijk in de ban van theoloog G.P. Luttikhuizen. Twee citaten:

“Oude en nieuwe mystiek worden hartstochtelijk omarmd door hen die thuiskomen van de koude kermis die kerk heet.” en “Nieuwe vormen van vrijzinnigheid die zich verbinden met oosterse wijsheid – het blijkt een succesvol recept.”

In zijn boek verwijst Ytsma met name naar Hans Stolp. Ik vind dit allemaal zeer schokkend, want dat Ytsma zich buiten het belijden van de kerk der eeuwen plaatst mag inmiddels bekend zijn, maar dat hij zich zo geboeid weet juist door die spirituele stromingen waartegen de kerk zich altijd zo heeft verzet, vind ik een teleurstellende ontdekking. Niet dat Ytsma zoveel meer schrijft over ‘esoterisch geloven’ dan ik hier nu bespreek, maar toch…

De titel van deze posting verwijst naar het boek Ervaringen met Christus, Ten Have (2005), waarin Hans Stolp (en drie andere auteurs) zijn persoonlijke geloofsontwikkeling beschrijft. Het boek is een über-bonte aaneenschakeling van Oosterse mystiek. Opmerkelijk is de centrale positie die het fenomeen bijna-dood ervaring (BDE) inneemt in de levensbeschouwing van Stolp. Een onderwerp dat ik ook uitgebreid op dit blog bespreek, maar daar heel andere consequenties aan verbind dan Stolp blijkbaar doet.

De vraag dringt zich op, weet Boele Ytsma eigenlijk zelf (nog) wel waar hij staat, of is het ‘Zoekend Geloven’ een permanent doel op zich geworden? In zijn boek verwijst Ytsma naar een Joodse sage, waarin God nederdaalt met Zijn antwoorden, waardoor het onderlinge gesprek tussen twee twistende rabbi’s verstomd. God wordt subiet weggestuurd en daardoor herleeft, godzijdank, het debat. De naam van dit blog Entgegnung, is overigens ook ontleend aan een Joods verhaal. Twee twistende rabbi’s dalen af van hun ezel (hun hoogte) en lopen elkaar in ootmoed tegemoet. Het is meer onze eigenwijsheid (en theologische trots) die we moeten afleggen, dan dat we Goddelijke antwoorden zouden moeten vrezen. ‘Zittend Luisteren’ aan de voeten van de Meester, zou de bekende christen-mysticus Sadhu Sundhar Singh zeggen, maar Jezus is en blijft wel de Meester en niet ‘onze’ naaste buurman zonder dogmatiek. De bijbel oprecht aan het woord laten is voor niemand gemakkelijk. Confronteren doen Jezus én de apostelen ons allemaal; orthodox én vrijzinnig, maakt niet uit.

Is mijn eerste vraag hiermee nu ook beantwoord? Slechts ten dele denk ik. Voor een vollediger antwoord wil ik tot slot wijzen op een heel ander boek, namelijk The Beautiful Side of Evil van Johanna Michaelsen. Er is geen boek (dat ik gelezen heb) dat zo duidelijk uitlegt, dat wie de weg van meditatie en christusverschijningen opgaat, onvermijdelijk de duisternis indrijft. En, je krijgt dat pas door (keihard voor je kiezen) op het moment dat je je eraan probeert te ontworstelen. Voor sommigen kan dat zelfs te laat zijn, want de boze is nu eenmaal een slecht verliezer. Wie verder wil lezen over moderne esoterie en zoganaamd christelijke meditatietechnieken, moet dit enorm belangrijke boek lezen. Ik garandeer u daarbij een spannende ontknoping; in het Zwitserse L’Abri nog wel. Een onmisbaar boek voor post-moderne twijfelaars!

This book, The Beautiful Side of Evil by Johanna Michaelson is an extraordinary story about Johanna’s involvement in the occult and how she learned to distinguish between the beautiful side of evil and the true way of the Lord.

    Voor nog meer artikelen van Riemer Roukema over gnostiek en esoterisch geloven, verwijs ik naar mijn website apologia.nl

    Voor een bespreking van bijna-dood ervaringen vanuit christelijk perspectief, verwijs ik naar de categorie Bijna Dood Ervaring op dit blog.

Dit is het vervolg van: Wat is ‘esoterisch geloven’ eigenlijk?

Bijna Dood Ervaring (BDE)

Het indrukwekkende relaas over bijna-doodervaringen. In het slothoofdstuk presenteert de auteur opvallende resultaten van zijn onderzoek naar bijna-doodervaringen. Hij trekt belangrijke conclusies die duidelijk afwijken van gangbare opvattingen in Nederland.

Het indrukwekkende relaas over bijna-doodervaringen. In het slothoofdstuk presenteert de auteur opvallende resultaten van zijn onderzoek naar bijna-doodervaringen. Hij trekt belangrijke conclusies die duidelijk afwijken van gangbare opvattingen in Nederland.

Ik wil een serie artikelen schrijven over het fenomeen ‘bijna-dood ervaring’ (BDE).

Wat denkt u ervan: de BDE, een bewijs voor leven ná de dood en waar of niet waar?
Wat mij betreft is er geen twijfel meer over mogelijk. Helemaal waar dus.

Wat mij in de berichtgeving over bijna-dood ervaringen opvalt, is dat ondanks de ruime media-aandacht voor de bijna-dood ervaring na de publicatie van Eindeloos bewustzijn (2007), van onderzoeker en voormalig cardioloog Pim van Lommel, de discussie lijkt te blijven steken op het punt van het al dan niet wetenschappelijke gehalte van Van Lommels verklaringen en weinig of niet ingaat op reële vragen als: is er leven na de dood en bestaat er een onsterfelijke ziel? En dat schiet wat mij betreft helemaal niet op.

Daar komt bij, hoe volledig zijn de BDE-verslagen eigenlijk? Niet alle ervaringen zijn namelijk positief. Uit onderzoek blijkt (bron: internet…) dat minstens 15% van de onderzochte bijna-dood ervaringen ronduit negatief is. Ervaringen variërend van duisternis met sinistere entiteiten tot vreemde middeleeuws aandoende visioenen (Dante) aan toe. Ook Van Lommel gaat hier (heel) kort op in, zowel in zijn boek als in het interview met Andries Knevel in Het Elfde Uur.

Kortom, genoeg vragen blijven er over én we zijn gewaarschuwd…, wie in de wereld van de bijna-dood ervaring stapt, met name door op internet te gaan zoeken, moet goed weten waar hij aan begint.

Mijn eerste kennismaking met dit onderwerp kwam door het lezen van What Really Happens When We Die?, een hoofdstuk in het boek GOD WANTS YOU RICH and other enticing doctrines van Florence Bulle. Een kritische introduktie op het onderwerp. In een volgende posting wil ik er een samenvatting van geven.

In de afgelopen jaren heb ik het nodige over BDE’s gelezen en er enkele TV-documentaires (RTL4 en EO) over gezien. Een sceptisch en afwijzend artikel in het AMC-magazine van professor Dr. Dick Swaab, een atheïstische hersenspecialist, kan ik mij nog herinneren. Wat mij opvalt bij hem en andere wetenschappers, is dat ze het unieke van de ervaring als zodanig lijken te willen bagatelliseren. Ook de enorme en veelal blijvende impact die de ervaring op de persoon zelf heeft, is iets waar nauwelijks concreet op wordt ingegaan.

Een kort citaat, ergens van internet geplukt:

Hersenen en ‘uittreding’
Hoe ontwikkelen de hersenen van een mens zich, hoe ons gevoel man of vrouw te zijn? Prof. D.F. Swaab van het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek geeft aan hoe verstoring van de normale hersenontwikkeling kan leiden tot schizofrenie en depressie. Hij geeft een neurobiologische verklaring voor bijna-dood-ervaringen als ‘uittreding’ en gaat in op de cognitieve aftakeling bij de ziekte van Alzheimer en onderzoek naar therapeutische strategieën om dit proces te stoppen.

Ik zie iemand die een BDE heeft gehad als een belangrijke ‘first hand witness’, die we heel serieus moeten nemen. Het zijn niet zomaar mensen met een interessant verhaal. Nee, meestal staat men na de ervaring totaal anders in het leven: bewuster, holistischer en minder materialistisch. Dergelijke veranderingen kun je niet simpelweg toeschrijven aan zuurstofgebrek van de hersenen of aan een medische aandoening.

Zuurstofgebrek zou ertoe kunnen leiden dat het brein plaatselijk overactief wordt doordat de prikkeloverdracht tussen de hersencellen onvoldoende wordt geremd. Wanneer zo’n ruisachtige storing in de visuele hersenschors optreedt, zal men in het centrum van het gezichtsveld een helder licht zien, omdat de meeste cellen met dit gebied corresponderen. Het licht wordt geleidelijk groter naarmate de hoeveelheid storing toeneemt en schept de illusie dat men de uitgang van een tunnel nadert. Omdat het licht niet eerst wordt opgevangen door de ogen, maar de schors dus rechtstreeks gestimuleerd wordt, is het licht buitengewoon helder zonder dat het pijn doet aan de ogen.

De neurobiologische verklaring die professor Swaab geeft, zal ik vast niet helemaal begrepen hebben, maar toen ik zijn artikel in het AMC-magazine las, was ik bepaald niet overtuigd. Al was het alleen maar omdat er geen vergelijkbare situatie is waaronder iemand een dergelijke lichtervaring heeft. Drugs- of medicijngebruik en/of bekende hersenbeschadigingen leiden namelijk niet tot vergelijkbare ervaringen. Zijn verklaring lijkt derhalve veeleer speculatief dan aantoonbaar vastgesteld. Overigens kunnen geestverruimende middelen je wel allerlei bewustzijnservaringen geven, die je als het ware in een andere dimensie brengen, maar dat zijn niet per se overlijdenservaringen. In het laatste hoofdsuk van zijn boek Death of a Guru, gaat ervaringsdeskundige en ex-Hindoe Rabi Maharaj uitgebreid op dit onderwerp in.

Ook in christelijke kring is er inmiddels een groeiende belangstelling voor het verschijnsel van de BDE. Onlangs (2009) verscheen de Nederlandse vertaling van het boek (1998) van Michael Sabon: In het licht van de dood. Subtitel: Het indrukwekkende relaas over bijna-doodervaringen (Uitgeverij Barnabas Heerenveen). De auteur “maakt onderzoeksresultaten toegankelijk voor een breed publiek en beschrijft diverse case-studies uit eigen praktijk.” Michael Sabon is cardioloog en al meer dan twintig jaar een autoriteit op het gebied van bijna-dood ervaringen.

In het Nederlands Dagblad schreef Ds. Tim Vreugdenhil (Amstelveen) onlangs een interessant artikel. U kunt het binnenkort lezen op www.apologia.nl/ (moet de link nog plaatsen). Hieronder volsta ik met een interessante reactie op het artikel; een ingezonden brief uit de krant (ND) van 5 mei 2009.

Bijna dood
Het artikel van Tim Vreugdenhil in de krant van 10 april nodigt uit tot dieper nadenken over de betekenis van een bijna-doodervaring. Het merendeel van deze ervaringen is hemels, slechts weinigen hebben een ervaring van de hel, dat wil zeggen de godverlatenheid, al zullen vele van deze negatieve ervaringen wel uit het geheugen worden verdrongen. De meesten hebben lichtervaringen. Nu zegt dat niet veel; satan kan zich voordoen als een engel van licht.
Sommigen met een christelijke opvoeding roepen naar Jezus en er verschijnt een licht in de tunnel. Immers Gods woord zegt: een ieder die de naam des Heeren aanroept, zal behouden worden. Behalve licht ervaren de meeste mensen een allesomvattende liefde. Dat kan alleen maar het licht Gods bewerken, want satan gaat tegen zijn natuur in als hij liefde zou uitstralen. Maar zijn deze mensen ook behouden? Uit hun later leven blijkt wel dat ze veranderd zijn, namelijk minder egoïstisch en ook betonen ze meer liefde tot de naaste. Jezus zegt zelf dat velen (bij het gericht over de volken) verbaasd zullen zijn als ze horen dat ze Hem hebben gediend. Ze zullen roepen: Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien? Het antwoord luidt: Ik verzeker jullie, alles wat jullie gedaan hebben voor een van onaanzienlijkste van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan. Jullie nemen deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is.
T.R. Tjerkstra, Amsterdam

Aan de hand van de reactie van Tjerkstra zijn ongetwijfeld een aantal vraagstellingen te formuleren voor verdere studie. In een volgende posting zal ik daar graag op ingaan.

Binnen de reguliere theologie komt mondjesmaat meer belangstelling voor het fenomeen BDE. Het volgende citaat uit het boek Reiken naar God wil ik de lezer niet onthouden. Kort gezegd gaat dit boek over de aard van onze kennis over God. Een belangwekkend onderwerp, belicht door C. Sanders, emeritus hoogleraar psychologie en wijsbegeerte aan de VU te Amsterdam. Op pag. 122 staat een voetnoot (nr. 41), als toelichting op de hoofdtekst: “Kortom die mens ziet van verre de werkelijkheid van opstanding en eeuwig leven.” (pag. 109), met een verkennende visie op bijna-dood-ervaringen.

(noot 41) “Paulus verhaalt met ontzag van een mens in Christus die opgetrokken geweest is in het paradijs en daar woorden gehoord heeft ‘die geen mens kan of mag uitspeken’ (2 (Kor. 12:14). Het is verleidelijk en wellicht veel te speculatief een verband te vermoeden met ‘bijna-dood-ervaringen’ van sommige mensen die op de grens van dood en leven hebben verkeerd. Zij waren op dat moment reeds onthecht aan dit leven, zodat alle ikzucht verdwenen was en zij bevrijd waren van zichzelf. Wat deze mensen ervoeren maakte een zeer diepe indruk op hen, een indruk die het verdere van hun leven vaak ingrijpend veranderde. Het zijn ten diepste niet te beschrijven ervaringen die voorkomen bij jong en oud en bij mensen uit heel verschillende milieus en culturen. Wat er over meegedeeld wordt, wettigt de conclusie dat die ervaringen een bepaalde gelijkenis vertonen. Ook zijn ze duidelijk te onderscheiden van dromen en hallucinaties, onder meer door de grote helderheid en bewustheid ervan, een sterke realiteits- en evidentiebeleving en een blijvende, gedetailleerde herinnering eraan. Gezien het karakter van deze ervaringen kan voorzichtig de vraag gesteld worden of hier geen sprake is van een voorbeeld van schouwen zoals in de tekst bedoeld. De bijna-dood-ervaringen roepen veel vragen op die niet slechts theologisch van aard zijn, maar ook natuurwetenschappelijk serieus genomen worden, gezien de onderzoekspublicatie in het gezaghebbende medische tijdschrift The Lancet, 358 (2001).”
Uit: Reiken naar God – auteur: Dr. C. Sanders – Uitgave KOK, 2004.

Hopelijk voelen lezers van dit blog zich geïnspireerd om hun visie of mogelijk zelfs de eigen bijna-dood ervaring met mij te willen delen. Ik nodig u daartoe van harte uit. Gewoon doen!
Ik heb geprobeerd het onderwerp enigszins neutraal te bespreken. Mocht ik in de (nabije) toekomst zelf eventueel een BDE meemaken, dan kunt u van mij wellicht het nodige vuurwerk verwachten :-)

MGhandi“You Christians have in your keeping a document with enough dynamite in it to blow the whole of civilization to bits…” Mahatma Gandhi

Praying for the people of India Dit artikel van Paul Abspoel inspireerde mij tot deze posting. Het verband is misschien hoofdzakelijk associatief, maar ’so what’? Inmiddels is er een heel blog ontstaan over de Bergrede. Klik hier! Dit was toen een van de eerste artikelen en nu heb ik het verplaatst.

Stelling: Met alle respect voor de inzichten van mensen als Mahatma Ghandhi en andere oosters geörienteerde religieuzen, maar volgens mij waarderen die religieuzen e.a. de bergrede -in het Nieuwe Testament- vaak om de verkeerde reden(en).

‘This supposedly great speech full of dynamite’ is m.i. meer een oproep tot persoonlijk ethisch handelen dan een appel voor maatschappelijke of politieke aktie. En de prediking van Jezus is zeker ook een oproep tot geloof in- en toewijding aan de God van Abraham, Izaäk en Jacob. Dat is de godsdienstige context en daar refereert Jezus krachtig aan. We zullen onze stelling toelichten aan de hand van twee korte voorbeelden.

De bron van onderstaande twee voorbeelden kan ik helaas niet meer achterhalen, maar ze komen beiden uit mijn persoonlijk archief. Het fragment uit het artikel ‘The One and The Many’ is waarschijnlijk van ene M.J. Larrabee.

Voorbeeld 1.
In Hokkaido, the northern island of Japan, there is a small Zen monastery where the master is illiterate. The teacher was a farmer’s son and he had been taken to the temple when he was very young. He had never learned to read or write but he completed the koan study and came to complete enlightenment.
That there were other religions except Buddhism he scarcely realised, until he heard the monks discussing Christianity.
One of his monks had been to the university of Tokyo and the teacher asked him to explain Christianity.
‘I don’t know much about it,’ the monk said, ‘but I will bring you the holy book of the Christian religion.’
The master sent the monk to the nearest city and the monk returned with the Bible.
‘That’s a thick book,’ the master said, ‘and I can’t read. But you can read something to me.’
The monk knew the Bible and read the Sermon on the Mount. The more he read, the more the master was impressed. ‘That is beautiful,’ he kept saying. ‘That is very beautiful.’ When the monk finished the sermon the master said nothing for a while. The silence lasted so long that the monk put the Bible down, got himself into the lotus position, and started meditating. ‘Yes,’ the teacher said finally. ‘I don’t know who wrote that, but whoever he was, he was either a Buddha or a Bodhisatva. What you read there is the essence of everything I have been trying to teach you here.’

Voorbeeld 2. fragment uit: The One and The Many – Myth
Christianity and Buddhism are sometimes presented as incommensurable religions. Christianity is on quard against a religion which, because it recognizes no divine personality who exists outside and beyond man, and no revealed scripture, seems almost atheistic. And Buddhism sees in Christianity´s emphasis on the World-to-come an irrelevance, if not a fatal distracton. But to the myth-divining eye (and of course being Christian or Buddhist does not preclude this knack of seeing) the apparent contradictions reside merely in what is fixed, in precept and prejudice, whereas the mystery that is celebrated in the two myths is one and the same.

U begrijpt het wellicht al. Het vervolg van het artikel is één en al jubelzang op de ’striking similarities’ (resemblance) tussen het Christendom en het Boeddhisme, waarbij voor het gemak elk genoemd Christelijk dogma vakkundig omgekat wordt naar een Boeddhistische interpretatie. Interessant genoeg, maar we later het er even bij.

Rest natuurlijk nog de vraag hoe Ghandi zelf tegen het Christelijk geloof en de bergrede aankeek. Misschien ga ik die materie nog eens bestuderen aan de hand van de biografie Mahatma Ghandhi (1948), ‘een vertolking’ door E. Stanley Jones. Een mooi boek met linnen omslag en vergeelde pagina´s (228 in totaal).

Ik eindig met een andere vraag. Waarom kunnen critici van het Christelijk geloof de bijbelse boodschap niet gewoon laten zoals deze is? Het evangelie moet, om de een of andere mysterieuze reden, eerst verdraaid worden, alvorens te worden bekritiseerd. Alsof de Kerk van toen (eerste twee eeuwen) en de gelovigen van nu (anno 2010) dom zijn en het allemaal niet goed begrepen zouden hebben. Het is weinig respectvol wat de critici doen.

Wie meer wil lezen over de bergrede verwijs ik graag naar een ander blog van mij over dit onderwerp. Klik hier!

imagesDeepak Chopra schreef een boek over Jezus, om precies te zijn, over de derde Jezus; zijn eigen versie van Jezus dus.

“Ik was verrast door het ongemak dat uit alle hoeken op me afkwam toen ik over Jezus ging schrijven. Niemand wil geschokt worden in zijn geloof, of gebrek daaraan. Een zenuwachtige vriend zei: ‘Dan ben jij zeker een gnosticus? Dat is toch de enige mogelijkheid die je eigenlijk hebt?’
‘Nee,’ legde ik uit, ‘ik ben geen gnosticus.’ “

En dat laatste is wat mij betreft een hele verademing. Deepak Chopra wijdt er een kort hoofdstuk aan. Naast een aantal uiterst nuttige en rake uitspraken, komen we ook hele gekke uitglijders tegen. Zo schuift Chopra de kerkvaders in de schoenen, dat die de gnostische sekten zouden hebben uitgeroeid. De kerkvaders zouden vol frustratie zijn geweest, omdat van hun belofte dat Jezus voor eens en altijd de wereld van zonde had bevrijd, niets zou blijken. “Niemand kan om zich heen kijken, toen niet en nu niet, en dit geloven.” Het uitgangspunt van Chopra kunnen we wellicht goed samenvatten met de laatste twee zinnen van genoemd hoofdstuk: “Maar we kunnen ook nagelaten lessen vinden die niet vertroebeld zijn door het wanhopige verlangen naar een messias. In de evangeliën ligt alles wat we nodig hebben voor een innerlijke reis, die veel rijker is dan wat de gnostici te bieden hebben.” (pag.53)

Nog een opmerking vooraf. Ik zal er geen geheim van maken dat ik zeer kritisch sta tegenover de algemene visie en diverse bijbeluitleggingen van Deepak Chopra. Dat neemt niet weg dat we af en toe best heel interessante observaties tegen kunnen komen. Er zijn mogelijk zelfs interpretaties waar christenen totaal geen moeite mee zullen hebben, ook al brengt de auteur ze onnodig als nieuw en verlichtend. Dat kan behoorlijk irriteren. Ik kan onmogelijk over alle bijbelteksen die Chopra bespreekt iets zeggen. Mijn bedoeling is om een algemeen beeld te geven van zijn boek. Duidelijk in ieder geval is, dat Chopra er behoorlijk eigenzinnige ideeën op nahoudt en weinig blijk geeft van grondige kennis van christelijke theologie. En dat geeft het boek tegelijkertijd zijn mysterieuse charme. Zie daar, een typische ‘deepak-paradox’ hebben daarmee te pakken. Een anderen paradox wil ik u evenmin onthouden. Tijdens een meditatie oefening, klik hier naar abc-News, zien we dat Deepak Chopra de mantra ‘I am’ aanbeveelt aan volgeling Dan Harris. Een gedurfde verwijzing naar de God van de bijbel. Iets om over na te denken. :-)

Wat de inleiding van zijn boek betreft, citeer ik Chopra voorlopig (zij het verkort) vrij letterlijk uit de Nederlandse vertaling van zijn boek The Third Jesus. De dikke pagina’s en het grote lettertype geven de Nederlandse uitgave een onschuldige uitstraling. Echter, wie de betekenis van Chopra’s betoog goed tot zich laat doordringen, zal al gauw ontdekken dat het boek gezien kan worden als een stevige aanval op orthodox christelijk geloven. Voor meer inzicht in deze ‘pradoxale’ auteur een aardig interview met Heidi Jones op WABC-TV en beluister daar waarom God van lachen houdt. Dit is een geschikte Nederlandse link: klik hier en ook op wikipedia.

Volgens Chopra is het – voor christenen – niet mogelijk gebleken om volgens de ‘gulden regel’ van Jezus te leven (Matteüs 7:12): ”Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen.” Hij noemt deze uitspraak van Jezus het grondbeginsel van het christendom. Deze ‘gulden regel’ is echter niet in overeenstemming met de menselijke natuur. Jezus zou daarom ontoereikend onderwijs hebben gegeven. Jezus wees als oplossing en ideaal op de kracht van het koninkrijk (het rijk van de ziel). Daarin kan ik Chopra enigszins volgen. Jezus wilde een wereld inspireren die was wedergeboren in God, maar hij slaagde niet in zijn missie. Zijn volgelingen waren volstrekt niet in staat om te leven zoals Jezus van hen verlangde (een aantal zeer negatieve kwalificaties laat ik hier ongenoemd). Chopra noemt die constatering de schaduwkant van hun nieuwe geloof. Het christendom, zo vervolgt hij, moest een compromis sluiten met het visioen van Jezus. Het alternatief – een volledige transformatie van de menselijke aard – bleek onmogelijk. Misschien aardig in dit verband te wijzen op een toepasselijk artikel van The Internet Monk :-)

Chopra wil het door hem gesignaleerde dilemma – hoe te leven zoals Jezus wil dat wij leven – graag oplossen. Uit de rest van zijn betoog blijkt dat aan deze wens zijn persoonlijke beleving ten grondslag ligt van de pseudo-christelijke Amerikaanse samenleving ten tijde van president G.W. Bush; daarover straks meer. Chopra wil met zijn boek een radicale operatie uitvoeren. We mogen dus geen compromissen meer sluiten, maar moeten - als oplossing – het visioen van Jezus, dat radicaal is en mystiek, een zinvolle toekomst geven. Jezus zou het godbewustzijn hebben bereikt. “Hij kende geen scheiding tussen zijn gedachten en de gedachten van God, tussen zijn gevoelens en de gevoelens van God, tussen zijn handelen en de handelingen van God.” Jezus wilde vooral het menselijk lijden uitroeien; hij ging tot aan de wortel van de menselijke conditie. Daar bedoelt Chopra natuurlijk iets anders mee dan ‘de zonde’.

In het kort beschrijft Chopra vervolgens zijn eigen multi-religieuze achtergrond in het India in de tijd dat Pakistan ontstond (1947). Hij leefde toen op de scheidslijn van idealisme en geweld. Nu zouden wij wederom in turbulente tijden leven. Chopra schrijft zijn boek in de volle overtuiging dat hij de werkelijke betekenis van het Nieuwe Testament weergeeft. De arts Chopra besluit zijn inleiding met een soort van dwingende volzin: “Niemand die Jezus centraal stelt op zijn of haar spirituele pad kan zich afzijdig houden en niemand kan de woorden van Jezus lippendienst bewijzen terwijl schuld, pijn en lijden voortbestaan zonder enige vorm van heling.” Hoe stelt Chopra zich dat voor?

Ik heb overwogen Chopra’s centrale uitgangspunt ter discussie te stellen, dat het grondbeginsel van het christendom met name gelegen zou zijn in de woorden van Jezus over de omgang met je naaste, met als lakmoesproef hoe jezelf behandeld zou willen worden. De ‘gulden regel’, zeg maar. Natuurlijk staat het een ieder vrij te definiëren wat volgens hem/haar de essentie van de boodschap van Jezus is. Het lijkt me evident dat hier sprake is van een doelredenering, die goed past in de belevingswereld van de auteur. Van mij mag Chopra dat zo zien. Dit leidt natuurlijk tot de vraag wat volgens mij dan wel de centrale boodschap van Jezus is. Ik denk dan al gauw aan grote thema’s als wet en genade, profetie en vervulling, zonde en gerechtigheid etc. Theologische thema’s te omvangrijk voor de beperkte opzet van deze boekbespreking, maar ik wil wel één voorzet geven.
Eigenlijk zouden we nu de apostel Paulus aan het woord moeten laten, met zijn besprekingen van de begrippen geloof, hoop en liefde. Maar ik zou hier willen wijzen op de bijbelse thema’s van vergeving, aanbidding en vertrouwen. Ik beperk me tot het begrip vergeving. Vergeving in de meest uitgebreide betekenis van het woord is ontegenzeggelijk de centrale ‘heartbeat’ van het Christelijk geloof. Opmerkelijk is, dat we dit begrip in het boek De derde Jezus nagenoeg niet tegenkomen. Chopra geeft wel een summiere beschrijving van de voor hem centrale begrippen (negen in totaal): meditatie, contemplatie, openbaring, gebed, genade, liefde, geloof, verlossing en eenheid (pag. 37 e.v.).
Recentelijk voelde ik mij zeer aangesproken door twee artikelen in Trouw (zoek bij 8 augustus 2009): Dader vergeven kan helend zijn en Vergeven is een bevrijding. Het gaat over de weduwe van Gert-Jan Heijn. Zij kwam er al snel achter dat het vergeven van Ferdie E. voor haar het enige mogelijke antwoord was op de brute moord van haar man. Ik verwijs ernaar, maar we moeten verder met de boekbespreking. Op een ander moment wil ik hier op terugkomen.

Wie niet genoeg kan krijgen van Deepak Chopra’s eigenzinnige (re)constructie van zijn derde Jezus, verwijs ik nog naar het Voorwoord van Chopra’s volstrekt fictieve biografie over de zogenoemde ‘verloren jaren’ van Jezus (vanaf Jezus twaalfde tot zijn dertigste levensjaar). Ook daar vinden we een beschrijving van het ideaalbeeld van de mystieke en altijd invoelende Jezus, zoals Chopra Jezus graag ziet. De ‘nasty’ angel aldaar: “…, want hoe uniek Jezus ook is, als je hem tot de enige Zoon van God maakt, laat je de rest van de mensheid ontredderd achter.” Een bijna wrange woordspeling. Het gaat Chopra uitsluitend om een liefdevolle en vriendelijke Jezus vol mededogen en wijsheid, die via oeroude oosterse (lees: Boeddhistische) principes de verlichting zou hebben bereikt. Op pag. 179 komt dit nog eens aan de orde:

De unicteit van Christus maakten al eeuwen etc.

Tot zover mijn bespreking van de inleiding van het boek De derde Jezus. Voordat ik verder ga met mijn bespreking van de drie delen waaruit het boek is opgebouwd, stap ik voor deel II van mijn bespreking eerst over naar het laatste hoofdstuk van het boek. Want, zoals vaker het geval is, zit het venijn ‘em ook hier in de staart. In het laatste hoofdstuk leren we de auteur kennen met al zijn onverbloemde aversie tegen het geloof van wedergeboren christenen. Dat is overigens geen al te verrassende ontdekking. We moeten daarbij bedenken dat Chopra een Boeddhistisch gekleurde levensvisie heeft, zelf als arts werkzaam is en wereldwijd bekendheid geniet als succesvol schrijver en – voor velen – geldt als spiritueel leidsman. Chopra is een groot voorstander van de New Age gedachte. Elke vorm van orthodox christendom verfoeit hij ten diepste en dat is goed te merken. Zo lezen we bijvoorbeeld in Chopra’s boek Life After Death (2006), dat hij zeer gecharmeerd is van de ideeën van het esoterische schrijversduo Timothy Freke en Peter Gandy, als het gaat om Jezus en de waarde van het Nieuwe Testament. Dit vraagt wellicht om enige uitleg, al was het alleen maar omdat Chopra zich – zo zagen wij – distantieert van een gnostishe lezing van het evangelie. Helaas kan ik daar hier onmogelijk verder op ingaan. Voor een theologisch betrouwbare en wetenschappelijke verantwoorde weergave van feiten – alsmede de diverse interpretaties daarvan (en voor wie het lezen van een Engelstalig boek geen hoofdpijn geeft) -, wijs ik graag op de recentelijk geheel herziene versie van Craig Blombergs bekende boek Jesus and the Gospels: An Introduction and Survey. Klik hier voor een korte beschrijving. Voor informatie over oude en nieuwe vormen van gnostiek, kunt u goed terecht bij de link in de kantlijn van dit blog van CV-Koers (rubriek: Studie & Verdieping).

Wordt vervolgd